| |
![]() |
Bestel een pakket om deze lampionnen zelf te maken. Alle materialen die je nodig hebt om deze prachtige lampion van Bumba te maken, worden thuis bezorgd. Je krijgt er een duidelijke beschrijving bij, waarin je stap voor stap aan de hand van foto's kunt zien hoe je te werk moet gaan. Om te bekijken of te bestellen. Ga naar Lampion Bumba | ![]() |
![]() |
Daar het pakket om de lampion van Bumba een groot succes is, is er nu een tweede lampion te bestellen. Om te bekijken of te bestellen. Ga naar Lampion egel | ![]() |
Lampion olifant:
Lampion uil:
Dit heb je nodig:
- stevig papier
- vliegerpapier
- schaar
- prikpen en matje en/of schaar
- potlood
- lijm
- verf en penseel
- (nietmachine)
Neem twee vellen stevig papier en leg ze op elkaar. Het is handig als je ze aan elkaar vastniet zodat ze niet kunnen verschuiven.
Teken de omtrek van een regendruppel op het papier. Teken in deze vorm dezelfde vorm iets
kleiner. Knip of prik eerst de binnenste vorm en daarna de buitenste vorm uit. Vervolgens plak je een vel (liefst doorzichtig)
vliegerpapier op de vormen die uitgeprikt of -geknipt hebt.
Om de delen aan elkaar te bevestigen knip je een lange strook uit het karton.
Maak plakranden door langs de randen driehoekjes uit te
knippen en deze om te vouwen. Vouw de strook rond en plak deze tussen de druppels.
Dit heb je nodig:
- karton
- gekleurd papier
- vliegerpapier
- schaar
- lijm
- prikpen met matje
Teken het lijf en de kop van de uil na op karton en knip ze uit. Prik de buik, de
ogen, oren en snavel uit en plak er vliegerpapier achter. Doe dit twee keer, want je hebt een voor- en een achterkant nodig.
Teken de wimpers, neusgaten, wangen en snavel op gekleurd papier, knip ze uit en plak ze op
de uil.
Voor het tussenstuk knip je een lange strook uit het karton. Maak plakranden door langs de randen driehoekjes uit te
knippen en deze om te vouwen. Vouw de strook rond en plak deze tussen de uilen.
De sjablonen voor deze lampion zijn te bestellen op www.traktatiecorner.nl. Ook digitaal, dus je kunt snel aan de slag!
Dit heb je nodig:
- karton
Teken een kubusvorm die aan één zijde open blijft op karton en knip hem uit. (Vergeet de plakranden niet.)
Prik uit elk vlak een groot vierkant. Knip uit het vliegerpapier vier vierkanten die iets groter zijn
dan de uitgeprikte vierkanten. Teken op deze vierkanten met lijm spinnewebben. Voordat de
lijm droog is strooi je hier glitters overheen. Plak de vierkanten vervolgens aan de
binnenkant tegen de kubus. Je kunt dit het beste doen voordat je de kubus in elkaar plakt.
De spinnen maak je van een walnootdop. Verf deze zwart en plak er de poten onder die je van chenilledraad
hebt gemaakt.
Dit heb je nodig:
- stevig papier
- vliegerpapier
- schaar
- prikpen en matje en/of schaar
- potlood
- lijm
- (nietmachine)
Neem twee vellen stevig papier en leg ze op elkaar. Het is handig als je ze aan elkaar vastniet zodat ze niet kunnen verschuiven.
Teken de omtrek van een appel op het papier. Teken in deze vorm dezelfde vorm iets
kleiner. Knip of prik eerst de binnenste vorm en daarna de buitenste vorm uit. Vervolgens plak je een vel (liefst doorzichtig)
vliegerpapier op de vormen die uitgeprikt of -geknipt hebt. Vervolgens scheur of knip je kleine stukjes uit gekleurd vliegerpapier
en plak je deze op het doorzichtige papier. Je mag ze gerust over elkaar heen plakken. Op deze manier kun je kleuren een
beetje mengen. Heb je dit gedaan, dan kun je van gekleurd papier eventueel nog een steeltje en een blaadje maken.
Om de delen aan elkaar te bevestigen knip je een lange strook uit het karton.
Maak plakranden door langs de randen driehoekjes uit te
knippen en deze om te vouwen. Vouw de strook rond en plak deze tussen de appels.
Dit heb je nodig:
- stevig papier
- vliegerpapier
- schaar
- prikpen en matje en/of schaar
- potlood
- lijm
- (nietmachine)
Neem twee vellen stevig papier en leg ze op elkaar. Het is handig als je ze aan elkaar vastniet zodat ze niet kunnen verschuiven.
Teken de omtrek van een peer op het papier. Teken in deze vorm dezelfde vorm iets
kleiner. Knip of prik eerst de binnenste vorm en daarna de buitenste vorm uit. Vervolgens plak je een vel (liefst doorzichtig)
vliegerpapier op de vormen die uitgeprikt of -geknipt hebt. Vervolgens scheur of knip je kleine stukjes uit gekleurd vliegerpapier
en plak je deze op het doorzichtige papier. Je mag ze gerust over elkaar heen plakken. Op deze manier kun je kleuren een
beetje mengen. Heb je dit gedaan, dan kun je van gekleurd papier eventueel nog een steeltje en een blaadje maken.
Om de delen aan elkaar te bevestigen knip je een lange strook uit het karton.
Maak plakranden door langs de randen driehoekjes uit te
knippen en deze om te vouwen. Vouw de strook rond en plak deze tussen de peren.
Dit heb je nodig:
- karton
- vliegerpapier
- schaar
- lijm
- prikpen met matje
Teken het spook na op karton en knip het uit. Prik vervolgens de buik, de
ogen en mond uit en plak er vliegerpapier achter.
Doe dit twee keer, want je hebt een voor- en een achterkant nodig.
Om de delen aan elkaar te bevestigen knip je een lange strook uit het karton.
Maak plakranden door langs de randen driehoekjes uit te
knippen en deze om te vouwen. Vouw de strook rond en plak deze tussen de spoken.
Dit heb je nodig:
- karton
- gekleurd papier
- vliegerpapier
- schaar
- lijm
- prikpen met matje
Teken de pompoen na op karton en knip het uit. Prik vervolgens de
ogen en de mond uit en plak er vliegerpapier achter. De tanden maak je met behulp van kleine driehoekjes
die je uit papier knipt.
Doe dit twee keer, want je hebt een voor- en een achterkant nodig.
Om de delen aan elkaar te bevestigen knip je een lange strook uit het karton.
Maak plakranden door langs de randen driehoekjes uit te
knippen en deze om te vouwen. Vouw de strook rond en plak deze tussen de pompoenen.
Dit heb je nodig:
- karton
Dit heb je nodig:
- doosje Teken een vis en knip hem uit. Teken nu de kieuw op de vis en prik hem uit. Leg de vis op een stuk papier en trek hem na zodat je dezelfde vis nog en keer kunt maken. Plak vliegerpapier aan de achterkant van de kieuwen. Plak een doosje tussen de vissen. Misschien moet je zijkanten van het doosje een beetje bijknippen omdat het niet boven de kieuwen uit mag komen. Met het gekleurde papier kun je ogen knippen en de vis mooi versieren.
Dit heb je nodig:
- lege fles (plastic)
- karton
- vliegerpapier
- schaar
- lijm
- prikpen met matje
- chenilledraad
- verf
- penseel
Dit heb je nodig:
- karton
- vliegerpapier
- schaar
- lijm
- prikpen met matje
Neem een strook karton (met plakranden), vouw deze dubbel en vouw vervolgens de linker- en de rechterflap naar het midden. Teken hierop de vormpjes zoals ze zijn voorgetekend op het voorbeeld en prik deze uit. Beplak de strook aan de achterkant met vliegerpapier. Maak de twee vleugels zoals op de afbeelding te zien is en plak het geheel in elkaar.
Dit heb je nodig:
- een leeg melkpak
- lijm
- schaar
- stevig gekleurd papier
- prikpen met matje
- vliegerpapier
Teken het gezicht op stevig papier en prik het uit. Knip de zijde waar het gezicht komt uit het melkpak. Prik het gezicht uit en plak het vliegerpapier er achter. Plak nu het papier met het gezicht om het melkpak heen. Maak het hengsel van een reep stevig papier. Met gekleurd papier kun je ook een steel en blaadjes maken.


Dit heb je nodig:
- een vel zwart papier
- kwast
- witte verf
- zwarte verf
- je voet
Beschilder de onderkant van de voet met witte verf, maak daarna een afdruk met de tenen naar
beneden wijzend op zwart papier. Met zwarte verf kun je het spook ogen geven.
Dit heb je nodig:
- papieren bordje
- oranje verf
- kwast
- gekleurd papier
- schaar
- lijm
Knip twee driehoeken uit het bordje, deze dienen als ogen. Vervolgens verf je het bordje oranje. Uit zwart papier knip je de neus en de mond. Met gekleurd papier kun je nog een steeltje en blaadjes maken en op de pompoen plakken.
Sinter Mertes veugelke,
haet ein ro d keugelke.
Haet ein blauw stertje,
hoepsa Sinter Mertes.
Vandaag is 't Sinter Mertes,
morrege Sinter Kr kke.
Dan k mme die gooje herte,
die hadde zo gaer ein st kske.
H ltje op ein t rrefke,
Sinter Mertes k rrefke.
Hout, hout, hout,
en 's winters is 't koud.
Hoera, hoera, waat hebbe de bo re ein laeve,
hoera, hoera, waat hebbe de bo re ein pret.
En
Mieke de woep zoot op de stoep,
en leet der eine vleege.
Mieke de woep zoot op de stoep,
en leet der eine goan.
Hoera, hoera, waat hebbe de bo re ein laeve,
hoera, hoera, waat hebbe de bo re ein pret.
Sinter Merte kin neet k mme,
want hae haet eine kr mme po t.
En dao m tte weej veur baeje,
anders geit Sinter Merte do d.
Sinter Merte, Sinter Merte, Sinter Merte is weer dao,
ho g op 't witte paerd gezaete ki ke j nk en ald um nao.
Ro je gaele, luchjes danse, in de hendjes van 't kind,
menig kerske, o t geblaoze, door de speulse naojaors wind.
Ro je gaele, blaajes danse, en d'n troshoup dae is klaor,
zing maar kinder zing maar kinder, zing maar, zing maar eeder jaor.
Martinus was de zoon van een rijke koopman. Lang geleden was hij soldaat in het Romeinse leger.
Op een dag reed Martinus met een groepje soldaten naar een grote stad. Het was koud en mistig. Martinus had zijn lange mantel goed om zich heen geslagen. Zo had hij het heerlijk warm. Ze hadden haast, want ze wilden voor donker binnen de stadsmuren zijn.
Toen ze bij de stadspoort aankwamen, stapte er plotseling een arme man op hem af. Hij had geen schoenen, geen jas en geen sokken aan, Je kon aan hem zien dat hij het erg koud had. "Wat is er met jou aan de hand?" vroeg Martinus. 'Ach", rilde de man, "ik heb het koud en ik heb zo'n honger". Martinus dacht even na. Hij zou zijn mantel wel willen geven. Maar in die tijd mochten soldaten zonder mantel de stadspoort niet in. De mantel hoorde bij hun uniform. Wat moest Martinus nu doen? Hij kon die arme man daar toch niet zo maar laten staan?
Plotseling kreeg hij een goed idee. "Ik geef hem de helft van mijn mantel. Dan kan ik de andere helft omgeslagen houden!" Hij deed zijn mantel af. Trok zijn zwaard en hakte de mantel in twee stukken. E n stuk gaf hij aan de arme man. En n stuk sloeg hij zelf om zijn schouders. Daarna pakte hij zijn beurs en gaf de man wat geld. De arme man was erg blij. Nu had hij een mantel tegen de kou en wat geld om eten te kopen. Hij bedankte Martinus en vertrok. En Martinus? Die reed daarna tevreden met zijn soldaten de stad binnen.
Het verhaal van Martinus en de arme man is een oud verhaal. Maar nog altijd vieren we het feest van Sint Martinus ... Sint Maarten.
Elk jaar, op 11 november, gaan kinderen met een lampion en een vrolijk liedje bij de mensen langs. Om ze licht te brengen ... vrolijk te maken.
Sint Maarten was op weg naar de stad,
toen zag hij dat daar een bedelaar zat.
Die zat te bibberen van de kou,
en Sint Maarten wist niet hoe hij helpen zou.
Sint Maarten nam zijn zwaard en daarmee,
sneed hij toen zijn rode mantel in twee.
De helft gaf hij nu aan de bedelaar,
en zijn vrienden vonden dat een beetje raar.
Sint Maarten zag de dankbare man.
Hij zei: 'Ik wil helpen waar ik maar kan.
Soldatenleven dat is niets voor mij;
voortaan maak ik liever alle mensen blij.'